1. Fiscale regeling voor auteursrechten – een nodige update

Over de fiscale behandeling van de vergoeding die men ontvangt uit de overdracht van auteursrechten is de laatste jaren heel wat inkt gevloeid, mede door een steeds wijzigende visie van de wetgever.

Wij lichten graag toe welke wijzigingen we in 2026 mogen verwachten. Daarbij is het van belang eerst de situatie in 2025 toe te lichten om navolgend voldoende aandacht te schenken aan het nieuwe jaar!

Auteursrechten en fiscaliteit

Anno 2025

De Belgische fiscale regeling rond auteursrechten biedt een gunstige fiscale behandeling voor inkomsten uit auteursrechten. Deze worden namelijk beschouwd als roerende inkomsten (tot een bepaald plafond van 75.360 euro). Bijgevolg kan er een roerende voorheffing van 15% worden toegepast, met een forfaitaire aftrekbare kost, waardoor de belastingdruk aanzienlijk lager ligt dan bij beroepsinkomsten. Als roerend inkomen gaat het bovendien ook niet om een loon, zodat geen sociale lasten moeten worden betaald.

Wie komt in aanmerking?

  • Elke natuurlijke persoon die onderworpen is aan de Belgische personenbelasting en inkomsten verwerft uit de overdracht of licentie van auteursrechten of naburige rechten.
  • Zowel werknemers als zelfstandigen kunnen gebruik maken van de regeling.
  • Voorwaarde: beschikken over een kunstwerkattest of kunnen aantonen dat de rechten zijn overgedragen/licentie gegeven voor mededeling aan het publiek, uitvoering of reproductie.
    Deze vereiste werd ingevoerd sinds 1 januari 2023 en zorgde ervoor dat het toepassingsgebied van de fiscale regeling aanzienlijk beperkt werd.
    Onder meer de IT-sector (ontwikkelaars) wordt uitdrukkelijk uitgesloten en komt niet in aanmerking. Navolgend bevestigde het Grondwettelijk Hof dat deze uitsluiting redelijk en verantwoord was.

Wat valt onder de regeling?

  • Originele werken van letterkunde of kunst, prestaties van uitvoerende kunstenaars en overdrachten via collectieve beheersorganisaties.
  • Het doel moet steeds de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van de rechten zijn.

Belangrijkste fiscale spelregels

  • Kostenforfait 2025:
    • 50% op inkomsten tot € 20.100
    • 25% op inkomsten tussen € 20.100 en € 40.190
    • Geen forfaitaire kosten boven € 40.190
  • Plafondcontrole: wordt gekeken naar het gemiddelde van de laatste 4 jaar. Wie het plafond overschrijdt, verliest het voordeel in het lopende jaar.
  • Beperking bij prestaties: als auteursrechten samen met een prestatie worden vergoed, mag dit deel maximaal 30% van de totale vergoeding bedragen. De rest moet marktconform als prestatie worden uitbetaald.
  • VZW’s: bij uitbetaling aan een vzw wordt 15% roerende voorheffing ingehouden, en bij doorstorting naar leden nogmaals 15%.

RSZ-vrijstelling voor werknemers

Sinds 1 januari 2023 zijn vergoedingen voor auteursrechten die door een werkgever aan een werknemer worden betaald vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen, mits:

  • de vergoeding betrekking heeft op overdracht/licentie voor mededeling aan het publiek, uitvoering of reproductie, of de werknemer beschikt over een kunstwerkattest;
  • de vergoedingen correct worden aangegeven bij de RSZ;
  • de vrijstelling geldt enkel tot 30% van het totale loon (waarbij het jaarplafond wordt afgetoetst aan het gemiddelde van de auteursrechtvergoedingen van de vier voorgaande jare). Het overschrijdende deel wordt onderworpen aan gewone bijdragen;
  • de vergoeding voor auteursrechten niet voortspruiten uit een loonconversie;

Anno 2026

Enig voorbehoud is vooreerst op zijn plaats. 2026 is nog maar net van start gegaan en de definitieve wettekst is nog niet bekend. Onderstaande analyse werd dan ook opgemaakt op basis van de actueel beschikbare ontwerpteksten en informatie.

Laat ons beginnen met het goeie nieuws: in het zomerakkoord ’25 besliste de regering om het regime opnieuw uit te breiden naar inkomsten uit de overdracht of licentie van computerprogramma’s.

Let wel, de uitbreiding naar betekent niet dat iedereen actief in de IT-sector beroep kan doen op het regime. De Wet die sinds 1 januari 2023 van kracht is blijft behouden doch specifiek de uitsluiting voor computerprogramma’s vervalt. Niet alle digitale beroepen zullen dus opnieuw beroep kunnen doen op het regime, softwareontwikkelaars in principe wel. De vereiste blijft wel degelijk dat originele werken gecreëerd worden en dat er dus een creatieve inspanning geleverd werd door de auteur.

Verder blijft het ook vereist dat de werken worden overgedragen met als doel de mededeling aan een breed publiek. Computerprogramma’s die louter voor intern gebruik gemaakt worden, lijken aldus uit de boot te vallen.

Tot daar het voorzichtige en voorlopige goeie nieuws. Algemeen dient te worden benadrukt dat een vergoeding voor overdracht van auteursrechten minder aantrekkelijk wordt in 2026.

De overheid wil het fiscaal voordeel beperken en misbruik voorkomen. Daarom wordt een belangrijk voordeel geschrapt en kunnen niet langer forfaitaire kosten in mindering gebracht worden maar enkele de werkelijke kosten. Enkel voor kunstenaars die over een kunstwerkattest beschikken blijft het mogelijk om forfaitaire kosten in mindering te brengen.

Auteursrechten blijven dus interessant, alleen niet meer zo voordelig als vroeger en al helemaal niet zoals pre-2023.

Meer info

2. Invordering van facturen B2C

Invordering onbetaalde facturen bij consumenten

Sinds de inwerkingtreding van Boek XIX van het Wetboek van Economisch Recht (WER) is de invordering van onbetaalde facturen ten aanzien van consumenten grondig hervormd.

Voor ondernemingen betekent dit dat klassieke clausules en routines niet langer volstaan en zelfs juridisch risicovol kunnen zijn.

Zo wordt een bepaling in algemene voorwaarden waarin staat dat bedragen van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn in een B2C-context voor niet-geschreven gehouden.
De wetgever heeft een verplicht voorafgaand traject ingevoerd dat strikt moet worden nageleefd alvorens interesten, schadebedingen of verdere stappen ten aanzien van een consument mogelijk zijn.

Zo is de eerste herinnering een wettelijk verplichte kennisgeving die aan een aantal cumulatieve voorwaarden moet voldoen. Deze moet bevatten:

  • de verschuldigde hoofdsom;
  • de interesten en de forfaitaire schadevergoeding die in de toekomst verschuldigd zullen zijn;
  • de datum waarop deze bijkomende bedragen opeisbaar worden, mits inachtneming van de wettelijke wachttermijn;
  • vermelding van de wachttermijn waarover de consument beschikt om te betalen;
  • enzovoorts…

De eerste herinnering moet volledig kosteloos zijn. Slechts uitzonderlijk kan voor bijkomende herinneringen een beperkte kost worden aangerekend.

Ook het moment waarop de wachttermijn aanvangt, is wettelijk vastgelegd en deze hangt af van de verzendingswijze. De niet-naleving hiervan volstaat al om de herinnering haar rechtsgevolgen te ontnemen.

Indien de eerste herinnering niet aan alle wettelijke vereisten voldoet, kan de onderneming geen interesten aanrekenen en/of geen forfaitaire schadevergoeding vorderen waarbij ook rekening moet worden gehouden met de bij wet vastgestelde maxima. Bovendien zal de invordering opnieuw moeten worden opgestart met een nieuwe wachttermijn tot gevolg.

Daarnaast rusten er op de onderneming specifieke informatieverplichtingen onder meer inzake bewijsstukken en de modaliteiten om de schuld te betwisten.

Wees er dus attent op:

  • standaardherinneringen zijn vaak niet meer conform;
  • algemene voorwaarden vereisen een actualisering;
  • een kleine onzorgvuldigheid kan leiden tot het verlies van het recht op interesten en schadebedingen.

Een correcte aanpak vanaf de eerste herinnering is dus essentieel om de invorderbaarheid van uw facturen te vrijwaren en onnodige vertragingen te vermijden.

Het is derhalve aangewezen om na te gaan of uw huidige herinneringen, invorderingsprocedures en algemene voorwaarden in overeenstemming zijn met Boek XIX WER.

Wij vatten de belangrijkste zaken voor u samen een onderstaande tabel:

Stap Actie Belangrijkste vereisten
1. Eerste herinnering Verstuur een kosteloze eerste herinnering (op papier of elektronisch)
  • vermeld: identificatiegegevens van uw onderneming, beschrijving product/dienst, openstaand saldo, schadebeding dat in de toekomst verschuldigd is bij niet-betaling na 14 kalenderdagen, datum opeisbaarheid;
  • er mogen geen extra kosten in rekening worden gebracht, behalve bij regelmatige levering én het verstrijken van drie vervaldata (dan max. €7,50 voor bijkomende herinneringen)
2. Wachttermijn 14 kalenderdagen wachten na verzending eerste herinnering
  • aanvang termijn: dag na verzending (elektronisch) of 3de werkdag na verzending (aangetekende brief);
  • bewijs van verzending en respecteren termijn ligt bij onderneming
3. Informatieplicht Onverwijld bewijsstukken en info over de modaliteiten van betwisting bezorgen
  • op eerste verzoek van consument;
  • op duurzame drager
4. Schadebeding Pas na wachttermijn mag onderneming bijkomende bedragen vorderen – Na het verstrijken van de 14 kalenderdagen heeft u naast het openstaande saldo recht op:
a) verwijlintresten
– maximaal de interestvoet van Wet 2 augustus 2002 betreffende betalingsachterstand;
– uitzondering voor kmo’s: interesten beginnen te lopen vanaf de eerste dag na het versturen van de eerste herinnering;
b) forfaitaire schadevergoeding
– voor zover uitdrukkelijk bedongen in overeenkomst/algemene voorwaarden;
– Wettelijke maxima:
• €20 (saldo ≤ €150)
• €30 + 10% op schijf tussen €150,01 en €500
• €65 + 5% op schijf boven €500
• absoluut plafond: €2.000 indien saldo >€500.
5. Geen andere kosten Geen bijkomende kosten of vergoedingen toegestaan
  • Alle kosten voor invordering moeten gedekt zijn door forfaitaire schadevergoeding
6. Sancties bij niet-naleving Risico op burgerlijke sancties Schuldenaar van rechtswege vrijgesteld van de betaling van het schadebeding (zowel verwijlinteresten als forfaitaire schadevergoeding);
Terugbetaling extra kosten;
Bij blijvende niet-betaling en gebrekkige eerste herinnering: procedure opnieuw doorlopen

3. Nieuwe pachtprijscoëfficiënten 2026-2028 – Mogelijkheid tot herziening pachtprijs

Pacht en pachtprijscoëfficiënten 2026-2028

Elke drie jaar worden in Vlaanderen de pachtprijscoëfficiënten, nodig voor het berekenen van de correcte pachtprijs, herzien.

De herziening is belangrijk, zowel voor eigenaars als voor pachters. Door de herziening van pachtprijscoëfficiënten kan immers de jaarlijks te betalen pachtprijs voor een verpachte (landbouw)grond en verpacht gebouw worden herberekend en meegedeeld aan de (ver)pachter.

De pachtprijscoëfficiënten werden in december 2025 vastgelegd voor de komende driejarige periode 2026-2028. De coëfficiënten verschillen naargelang de landbouwstreek en de provincie.

3. Nieuwe pachtprijscoëfficiënten 2026-2028

U vindt de aanduiding van de landbouwstreken in België op kaart terug.

De (herziene) pachtprijs kan u berekenen door het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen en de toepasselijke pachtprijscoëfficiënt met elkaar te vermenigvuldigen. Op die wijze berekent u de maximale pachtprijs van gronden en gebouwen.

Vanaf 13 december 2025 kan u als verpachter (opnieuw) een hogere pachtprijs vragen aan de pachter. De herziening van de pachtprijs heeft alleen uitwerking op de pachtprijzen die vervallen na de datum van de kennisgeving van de aanpassing van de pachtprijs.

De pachter die vaststelt dat hij of zij meer betaalt dan de maximaal toegestane pachtprijs kan ook een herziening van de pachtprijs vragen.

Partijen kunnen altijd in onderling overleg een lagere dan de maximaal toegestane pachtprijs overeenkomen.

Meer info

4. Vergund geacht karakter van uw eigendom

Vermoeden van vergunning en vergunningenregister

Het komt frequent voor dat een eigenaar of gebruiker van een gebouw wordt geconfronteerd met de uitvoering van niet vergunde werken — al dan niet door hemzelf tot stand gebracht — waardoor de juridische vergunningstoestand van de constructie onzeker of betwistbaar wordt.

Niet zelden komt zo’n situatie aan het licht op cruciale momenten: bij een verkoop of aankoop van het gebouw, een verhuring, het aanvragen van een (nieuwe) omgevingsvergunning.

Als die niet vergunde werkzaamheden zijn uitgevoerd vóór 22 april 1962 of tussen 22 april 1962 en de inwerkingtreding van het toepasselijke gewestplan, dan heeft u de mogelijkheid om de gehele toestand van het gebouw toch vergund te laten verklaren. Dat is zeker interessant als het gebouw bijvoorbeeld zonevreemd is gelegen, denk maar aan woningen in agrarisch of natuurgebied of nijverheidsgebouwen die niet in industriegebied gelegen zijn.

Onder bepaalde voorwaarden laat de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening immers toe om dergelijke situaties ‘op te lossen’. Opdat een constructie beschouwd kan worden als ‘vergund geacht’ dient een eigenaar of gebruiker aan te tonen dat de constructie kan genieten van ‘het vermoeden van vergunning’. In Vlaanderen bestaan er twee soorten vermoedens van vergunning:

  • een onweerlegbaar vermoeden van vergunning dat geldt voor bestaande constructies die gebouwd zijn vóór 22 april 1962.
  • een weerlegbaar vermoeden van vergunning dat geldt voor bestaande constructies die gebouwd zijn vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn.

U dient bij de gemeente waarin het gebouw gelegen is een aanvraag in te dienen tot opname in het vergunningenregister. In die aanvraag verduidelijkt u dat aan de toepasselijke voorwaarden wordt voldaan en brengt u daarvoor de nodige bewijsstukken bij. Als bewijs kan bijvoorbeeld gebruikt gemaakt worden van oude foto’s, kadastrale gegevens, oude plannen, etc. Hoewel de aanvraagprocedure niet onderworpen is aan wettelijke vormvereisten, is een aanvraag voorbereiden niet eenvoudig. Ze dient juridisch onderbouwd te zijn en de juiste bewijsstukken te bevatten.

Het vermoeden van vergunning dat u tracht te verkrijgen, kan evenwel in bepaalde gevallen worden weerlegd door een proces-verbaal of een niet-anoniem bezwaarschrift opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de desbetreffende constructie.

Keurt de gemeente uw aanvraag goed, dan wordt het gebouw opgenomen in het gemeentelijk vergunningenregister als vergund geacht op basis van deze vermoedens van vergunning.

Het is belangrijk na te gaan wat de oorspronkelijke staat van het gebouw was (in de voormelde periode), want het vermoeden van vergunning zal in principe enkel aanvaard worden voor die oorspronkelijke staat en niet voor de nadien doorgevoerde aanpassingen aan het gebouw.

Weigert de gemeente uw aanvraag goed te keuren, dan kan u tegen deze weigeringsbeslissing een beroep instellen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

Het verkrijgen van een opname in het vergunningenregister biedt een eigenaar of gebruiker niet alleen gemoedsrust, maar ook juridische zekerheid. Zo wordt een meerwaarde gecreëerd richting verkoop of verhuring van het gebouw en zal er bijvoorbeeld nadien aanspraak kunnen gemaakt worden op de (zonevreemde) basisrechten (al gelden er daarvoor nog andere voorwaarden).

Vragen of advies nodig?

Wilt u weten wat deze wijzigingen concreet betekenen voor uw situatie, contracten of dossiers? Neem gerust contact op met Areaal.

Bekijk ook onze expertises (o.a. intellectuele rechten, invordering onbetaalde facturen, pacht en vergunningen).

Deel deze nieuwsbrief

Privacy Preference Center